Angiografie is een onderzoek waarbij een vloeibare kleurstof wordt geïnjecteerd om het bloed door de slagaders die naar het hart gaan te zien stromen (kransslagaders). Het kan ook informatie geven over de druk in en de werking van de hartkamers.

De procedure vindt plaats in een röntgenkamer en duurt 20 minuten tot een uur, afhankelijk van de bevindingen.

Een team van zorgverleners is betrokken bij de procedure, waaronder een arts, een verpleegkundige, een technicus en een radioloog.

Een katheter wordt opgevoerd in een ader of slagader via uw lies of arm. U krijgt een lokale verdoving zodat u hier niets van voelt. Met behulp van röntgen (doorlichting) wordt de katheter opgevoerd door uw bloedvaten naar de juiste positie in uw hart. Het opschuiven van de katheter door de bloedvaten voelt u niet en als u wilt, kunt u alles volgen op een videoscherm.

Zodra de katheter op de gewenste positie ligt, wordt de bloeddruk bij het uiteinde van de katheter gemeten. Vervolgens wordt een kleurstof door de katheter gespoten en wordt een serie röntgenfoto's gemaakt.

Na afloop wordt de katheter verwijderd en zal de verpleegkundige een verband aanleggen.

Na het onderzoek moet u een paar uur rusten en zult u zich wat vermoeid voelen. De plek waar de katheter is ingebracht kan pijnlijk zijn. Het kan ook zijn dat die plek wat bloedt of dat er een bult (bloeduitstorting) ontstaat; na enkele dagen is dit weer over.

Angiografie geeft essentiële informatie over de druk in uw hart, de werking van uw hart en de bloedstroom in uw kransslagaders. De cardioloog kan aan de hand van het onderzoek beoordelen of u slecht functionerende kleppen heeft.

Ook kunnen met het onderzoek vernauwingen in de slagaders die bloed naar uw hartspier voeren worden vastgesteld en kan worden bepaald hoe ernstig deze vernauwingen zijn.

De resultaten van een angiografie helpen bij het beslissen over mogelijke ingrepen of een operatie.

Terug naar Gangbare onderzoeken bij hartfalen