Uw arts kan u adviseren om regelmatig thuis uw bloeddruk en hartslag (pols) te meten, of u kunt zelf beslissen dit te doen. Het is belangrijk dat u leert hoe u dit betrouwbaar kunt doen.

Waarom ?

Als u uw eigen bloeddruk en hartslag meet, hebt u misschien meer het gevoel dat u uw aandoening onder controle heeft en krijgt u meer vertrouwen in de behandeling. Artsen en verpleegkundigen willen graag een kaart zien waarop u regelmatig uw hartslag en bloeddruk heeft genoteerd. Dit biedt informatie die uw arts kan helpen bij het goed instellen van de behandeling.

Thuis uw bloeddruk meten kan er echter ook toe leiden dat u bezorgder wordt over uw aandoening. Als dit het geval is, moet u proberen niet vaker uw bloeddruk te meten dan uw arts heeft aanbevolen. Uw arts bespreekt met u de huidige waarden van uw bloeddruk en hartslag en legt uit welke streefwaarden met behulp van de behandeling zouden moeten worden bereikt.

Hoe?

Bloeddrukapparaten zijn zelden gratis beschikbaar bij uw arts. U kunt misschien wel een bloeddrukmeter een tijdje lenen. Uw arts kan u adviseren welk apparaat u het beste kunt kopen. U kunt uw arts of verpleegkundige vragen om de nauwkeurigheid van uw apparaat te controleren. Ook moet u hen eerst laten controleren of u het apparaat goed gebruikt.

U kunt uw polsslag heel eenvoudig thuis meten. U hebt alleen een horloge met een secondewijzer nodig, of een stopwatch. Ga rustig zitten en tel na minimaal 10 minuten rust uw polsslag door twee vingers aan de binnenkant van uw andere pols onder uw duim te plaatsen en de slagen gedurende 30 seconden te tellen (gebruik niet uw duim, anders telt u misschien de hartslag in de duim). Verdubbel vervolgens de uitslag om het aantal slagen per minuut te berekenen; dit is uw polsslag in rust. Deze moet normaal tussen de 60 en 100 slagen per minuut liggen.