Hoe werkt het?

Sommige patiënten met vergevorderd hartfalen zijn niet geschikt voor harttransplantatie. Daarnaast zijn donorharten schaars en dienen deze geschikt te zijn, met als gevolg wachtlijsten. Met mechanische ondersteuining van het hart met een kunstmatige hartpomp (steunhart of LVAD) kan men de circulatie van bloed door het lichaam verbeteren. Dit is dus geen vervanging van het hart, maar een ondersteuning.

Een steunhart ondersteunt de pompfunctie van het hart als u vergevorderd hartfalen heeft en kan zo uw leven verlengen en kwaliteit van leven verbeteren. Een steunhart kan gebruikt worden ter overbrugging naar een harttransplantatie. Dit betekent dat het wordt gebruikt om iemand in leven te houden tot er een donorhart ter beschikking komt. Maar een steunhart kan ook gebruikt worden om patiënten met zeer ernstig hartfalen te helpen die niet geschikt zijn voor harttransplantatie.

Steunharten worden gebruikt voor 3 redenen

  • Om iemand in leven te houden tot ere en donorhart ter bescvhikking komt. In dat geval wordt een steunhart gebruikt ter overbrugging van de tijd tot harttransplantatie.
  • Om het hart te laten ‘uitrusten’ om in een later stadium weer zijn pompfunctie te kunnen ‘oppakken’. Dit is het geval bij patiënten die van een (tijdelijke) hartziekte herstellende zijn zoals een zeer groot hartinfact of ontsteking van de hartspier (myocarditis).
  • Om het hart gedurende jaren te ondersteunen bij zijn pompfunctie. Dit is bij patiënten die te ziek zijn om een harttransplantatie te ondergaan. In dit geval is het de definitieve behandeling. 

Steunharten zijn nu meer dan 10 jaar goedgekeurd voor gebruik in Europa. Steunharten hebben de overleving en kwaliteit van leven van patiënten met vergevorderd hartfalen verbeterd. De nieuwste steunharten zijn kleiner, stiller, en hebben een langere levensduur dan de vroegere apparaten. Patiënten kunnen nu meerdere jaren overleven met een steunhart.

De steunharten bestaan veelal uit 3 onderdelen

  • een pomp die in het lichaam (intern) of buiten het lichaam (extern) wordt geplaatst.
  •  Apparatuur die het steunhart controleert en waarmee deze bijgesteld kan worden.
  •  Een batterij of electrische voorziening die energie levert aan de pomp in het steunhart 

Een steunhart is een behandeloptie bij patiënten met eindstadium hartfalen. Uw arts zal nagaan of een steunhart een geschikte behandeling voor u is.

Hoe wordt een steunhart geplaatst?

Het inbrengen van een steunhart in het lichaam gebeurt operatief onder algehele narcose. De hartchirurg zal het apparaat verbinden met de punt van de linker hartkamer en een canule in de grote lichaamsslagader (aorta). Zo kan er bloed uit de linker hartkamer doorgepompt worden naar de aorta. Dit zal de bloedstroom en de doorbloeding van de organen verbeteren.

Na de procedure

Enkele dagen na de operatieve ingreep is enkele dagen opname op de intensive care nodig, waarna u naar de afdeling kan. Hier krijgt u informatie over het gebruik van een steunhart. Vervolgens krijgt  u meestal een revalidatieprogramma aangeboden om uw inspanningsvermogen te verbeteren. Nadelen van de ingreep kunnen zijn: bloeding tijdens de operatie, infectie, bloedpropjes losschieten en niet goed functioneren van het steunhart. Een steunhart wekt zelfstandig voor langere tijd en er volgt een waarschuwing indien er een probleem is. In het  ziekenhuis wordt u en uw familie de werking van een steunhart en de alarmeringen uitgelegd. Het vervangen van de batterijen is eenvoudig. Er is een draadje dat de inwendige pomp met het kastje aan de buitenzijde van uw lichaam verbindt. De insteekopening van het draadje door het lichaam moet goed in de gaten worden gehouden om infectie te voorkomen. De meeste medicijnen die u heeft voor het hartfalen moet u door blijven gebruiken en u krijgt bloedverdunners. De meeste patiënten met een steunhart kunnen thuis wonen en soms zelfs weer aan het werk of naar school. De meeste mensen met een steunhart vinden dat ze meer energie hebben dan voorheen. Dit komt omdat er meer zuurstofrijk bloed door het lichaam stroomt.