Wat doet het?
Cardiale resynchronisatietherapie (CRT), soms ook wel biventriculaire pacing genoemd, kan nuttig zijn als de elektrische impulsen die het samentrekken en ontspannen van de hartspier regelen, zich niet snel en gelijkmatig door uw hart verplaatsen. De linker ventrikel kan een fractie van een seconde na de rechterventrikel samentrekken in plaats van tegelijkertijd. Vaak vertonen delen van de linker kamer een vertraagde samentrekking en het apparaat kan in dat geval voor een kortere en meer gelijkmatige samentrekking zorgen. Dit gebrek aan coördinatie heeft een nadelig effect op het vermogen van het hart om effectief te pompen. Uw arts zal middels een ECG, of een echocardiografisch (ultrageluid) onderzoek, op zoek gaan naar tekenen van een slechte coördinatie van de hartspier.

Een CRT functioneert niet alleen als pacemaker maar hercoördineert (hersynchroniseert) de twee ventrikels (kamers) door ze gelijktijdig te laten samentrekken en vooral het samentrekken van de linker ventrikel (kamer) te verbeteren. Hierdoor kan uw hart efficiënter werken. Als zodanig verschilt een CRT van gewone pacemakers, die alleen de rechter ventrikel (kamer) laten samentrekken en de hartslag regelen. CRT-apparaten kunnen niet alleen de klachten van hartfalen verbeteren maar ze verbeteren ook de langetermijnsoverleving. Artsen kiezen er vaak voor om een CRT en een ICD te combineren in een en hetzelfde apparaat. In dat geval wordt het apparaat een CRT-D genoemd.

Waar en hoe wordt het apparaat geplaatst?
Net als gewone pacemakers heeft het CRT-apparaat de afmetingen van een zakhorloge. Een CRT-apparaat wordt gewoonlijk onder lokale verdoving onder uw sleutelbeen geïmplanteerd, vanwaar elektrische draden (van een coating voorzien) naar uw hart worden geleid. De procedure neemt gewoonlijk 1-2 uur in beslag.

De elektrodedraad wordt ingebracht in een ader bij de schouder of onderaan de hals. De cardioloog leidt de draad in de juiste hartkamer, controleert de positie op een röntgenscherm en bevestigt de draad op zijn plek met een hechting bij uw schouder. Vervolgens wordt de draad met de pacemaker verbonden en wordt de pacemaker in een kleine ‘pocket’, of ruimte, tussen de huid en de borstspier geplaatst. Daarna wordt de hoeveelheid elektrische energie getest die nodig is om het hart te laten samentrekken en wordt de pacemaker ingesteld.

Na de procedure

Nadat het apparaat is geplaatst, kunt u enige pijn of ongemak ervaren en kan er een bloeduitstorting ontstaan op de plaats waar het apparaat onder de huid is aangebracht. Deze problemen verdwijnen doorgaans binnen enkele dagen. De meeste mensen lopen later op dezelfde dag alweer rond en kunnen hun normale werkzaamheden binnen 2-4 weken hervatten.

De werking en batterijduur van uw apparaat moet regelmatig door een pacemakertechnicus worden gecontroleerd. Als de batterij vervangen moet worden, hoeft alleen het apparaat te worden vervangen (niet de elektrische draden). De batterij gaat meestal 5 tot 7 jaar mee voordat deze vervangen moet worden.

Het is belangrijk dat u alle artsen die u behandelen en uw tandarts laat weten dat u een pacemaker heeft alvorens u een ingreep ondergaat. Hoewel de meeste medische en tandheelkundige ingrepen de werking van uw apparaat niet zullen beïnvloeden, kunnen er in sommige gevallen voorzorgsmaatregelen nodig zijn om de kans op eventuele interactie tot een minimum te beperken.

CRT-apparaten worden soms gedetecteerd door beveiligingsapparatuur op vliegvelden, maar de werking van het apparaat wordt er zelden door aangetast. Als u een CRT-apparaat hebt, licht dan altijd de beveiligingsmedewerkers in.

Er worden twee typen CRT-apparaten gebruikt:

  • CRT-P (CRT met pacemakerfunctie)
  • CRT-D (CRT met ICD-functie)

Terug naar Medische Apparaten