François, Frankrijk

Ik denk dat ik mijn verhaal het beste kan beginnen met te vertellen dat ik als vrachtwagenchauffeur een erg druk bestaan had.

Tijdens de hete zomer van 1976, ik was toen nog maar 33 jaar oud, begon ik me heel erg moe te voelen, zelfs tijdens mijn vakantie. Ik ging naar mijn huisarts en hij stuurde me door naar een cardioloog. Tijdens het bezoek bij de cardioloog kreeg ik mijn ‘eerste diagnose’ van een hartprobleem te horen; waarschijnlijk een vernauwing in een van de kransslagaderen, veroorzaakt door het roken. Ik werd 10 dagen opgenomen in het ziekenhuis en begon aan mijn eerste behandeling: tweemaal per dag bloedverdunners, 's morgens en 's avonds en regelmatige bloedafnames voor onderzoek. Toen ik vervolgens 9 maanden met ziekteverlof was, voelde ik me heel nutteloos en wilde ik het liefst meteen terug aan het werk. Na die negen maanden ging ik dus terug aan het werk, weer als vrachtwagenchauffeur.

Een jaar later onderging ik een coronaire angiografie. Deze keer kreeg ik een ‘nieuwe diagnose’ te horen: cardiomyopathie. Ik werd aangeraden om mijn inspanningen te beperken en niet te veel te werken. Omdat ik een enorme vechtlust heb, luisterde ik niet naar dit advies. Ik bleef even hard werken en wilde een goede vader zijn, die zijn familie goed in het onderhoud voorziet.

De behandeling en steun van de afdeling Cardiologie in Nantes hielpen me om mijn aandoening de baas te blijven tot mijn 51e jaar. Dat jaar kreeg ik mijn eerste aanval van een tachycardie (snelle hartritmestoornis), welke gepaard ging met bewustzijnsverlies. Ik moest weer terug het ziekenhuis in en kreeg mijn eerste professionele teleurstelling te verwerken: ik mocht niet meer vrachtwagen rijden. Dat was echt heel moeilijk voor mij, maar ik gaf niet op en ging ander werk doen.

Toen ik 57 jaar oud was, werd bij mij een cardiale defibrillator geïmplanteerd. Deze heeft mijn leven al verschillende keren gered. Maar ik wist dat er maar één oplossing overbleef: een harttransplantatie.

Toen ik 63 jaar oud was, was ik erg blij toen ik een onderzoek kreeg om na te gaan of ik inderdaad een geschikte kandidaat voor een harttransplantie was. Mijn enige zorg was dat ik misschien niet geschikt zou zijn om een transplantaat te ontvangen. Het was dus een hele opluchting toen ik te horen kreeg dat ik op de wachtlijst voor een transplantatie werd geplaatst. In oktober 2005 kreeg ik het advies om mijn mobiele telefoon altijd mee te nemen, omdat ik op elk moment, dag en nacht, kon worden gebeld voor harttransplantatie. Vanaf die dag begon het eindeloze wachten, met geregeld ziekenhuisopnames en controles. Mijn gezondheid ging achteruit, maar hoop hield me staande, ook al had ik soms het gevoel dat een harttransplantatie te laat zou komen.

Op 4 januari 2006 kreeg ik de langverwachte oproep. Ik werd gevraagd om naar het St-Herblain Laenec ziekenhuis te komen, naar de afdeling transplantaties. Ik moest er binnen twee uur zijn, terwijl het 215 km van mijn woonplaats ligt. Het was een erg zenuwachtig begin. Ik had net genoeg tijd om mijn vrouw gerust te stellen en haar te zeggen dat ze zich geen zorgen moest maken, dat alles in orde zou komen. Door de stress leek er aan de rit geen einde te komen. Toen ik in St-Herblain aankwam, voelde ik me gelukkig. Helaas echter kon de transplantie niet worden uitgevoerd. Ik weet niet waarom. Erg teleurgesteld keerde ik weer terug naar huis. Ik kan u garanderen dat teleurstelling veel pijnlijker is dan stress. Het wachten begon weer van voren af aan. Af en toe verloor ik alle hoop en dacht te gaan sterven wegens gebrek aan geschikte donors.

Einde juni kreeg ik steeds meer last van hartritmestoornissen, waardoor ik weer in het ziekenhuis belandde. Ik had het gevoel dat het einde nabij was. Op 2 juli kwam mijn vrouw mij bezoeken en om 15.00 uur deelde het medische team mij mee: “Mijnheer Jaouen, we hebben een transplantaat voor u.”

Ik voelde me heel gelukkig en ging opgewekt de operatiekamer in. Ik kreeg mijn transplantaat en alles verliep buitengewoon goed. Ik hoefde maar vier weken in het ziekenhuis blijven en had een korte rehabilitatieperiode in het Kerpape-centrum in Lorient. Tien maanden na mijn transplantatie voelde ik me net een jongeman. "La vie est belle" (“het leven is prachtig")

Zonder de steun van mijn vrouw en kinderen en de bekwaamheid van het personeel van het St-Herblain Laennec ziekenhuis, zou ik nooit de kans op een nieuw leven hebben gehad. Felicitaties en dank aan de afdeling Cardiologie, want dankzij hen kan ik gelukkig verder leven met mijn gezin.

Iedereen die het betreft raad ik sterk aan om vertrouwen te hebben in het medisch personeel. Ik had nooit verwacht dat mensen van een medische afdeling zo erg bezorgd zouden zijn over het leven van anderen.

Klik op de onderstaande namen om andere verhalen te lezen.

Theo, Nederland
Nick, Nederland