Een elektrocardiogram, ook wel ECG genoemd, is een onderzoek waarbij het ritme en de elektrische activiteit van het geleidingssysteem van uw hart wordt vastgelegd. Deze elektrische activiteit zorgt ervoor dat uw hart samentrekt. Door deze te meten, kunnen dus problemen met de hartfrequentie of het hartritme worden vastgesteld.

Een ECG maken doet geen pijn en het duurt ongeveer vijf minuten.

Op uw polsen, enkels en borstkas worden enkele kleine elektroden bevestigd. Deze elektroden zijn met kabels verbonden aan een machine die de meetgegevens registreert. Het ECG-apparaat geeft geen elektrische schokken en heeft verder geen invloed op uw hart.

Het ECG-apparaat legt een aantal hartslagen vast op papier. Uw arts beoordeelt het ECG om te zien of:

  • er hartritmestoornissen zijn
  • u recent of langer geleden een hartaanval heeft gehad
  • u een verminderde bloedtoevoer naar het hart heeft (ischemie)
  • uw hart extra wordt belast
  • uw hart vergroot is.

Terug naar Gangbare onderzoeken bij hartfalen